City-Pier-City loop
25 maart 2006

Mijn CPC-loop van 2006.

Om tien voor twee kwamen Marga en ik met bus 24 op het Lange Voorhout aan. Mooi op tijd om nog KčkWčkkers op de 10 km. te zien aankomen. Rond 2 uur zagen we Ronald voor de Schouwburg langskomen en ongeveer 5 minuten daarna Mieke en Arend. Volgens ons zag Arend er dit jaar beter uit dan vorig jaar. Klopt dat beeld Arend? Ondertussen voor het ministerie van Financiën wat warm gelopen waarbij Ton mij zag. Hij vond dat ik er ontspannen uitzag. Wel zo voelde ik mij ook.
Om kwart over twee stond ik ergens midden in het startvak van de recreatielopers. Ik had de keus gemaakt om met mijn lange zomertight te lopen. Een korte broek durfde ik niet aan. Ik vond de wind ’s-morgens op Kijkduin koud aanvoelen. Aanvankelijk was het wel gezellig in het startvak. De zon brak door en de stemming was mede daardoor goed. Toen de start om tien over half nog niet gevallen sloeg de stemming om. Er werd in de handen geklapt en het: “één, twee, drie komt er nog wat van” was ook al te horen. Uit de luidsprekers hoorde je zachtjes wat muziek maar geen mededelingen. Rond tien voor drie kwam Marga teruggelopen met de mededeling dat de weg door de politie niet werd vrijgegeven, omdat een object (?) door de brandweer eerst verwijderd moest worden. Het kon wel een half uur gaan duren….. In de bus had ik nog een banaan gegeten, maar ik kreeg alweer trek in eten. Tijd om mijn krentenbol te eten. Voor de helft, want later zou ik de rest wel nodig hebben.
Warempel even na drie uur hoorden we eindelijk het bevrijdende startschot. Driekwartier staan is niet bevorderlijk voor een goede tijd en de warming-up was ook voor niets geweest. Ik besloot om de eerste kilometer gewoon lekker wat te dribbelen. Ik weet inmiddels uit ervaring dat hardlopen op de eerste kilometer van de CPC toch niet mogelijk is, omdat de weg na de start te smal is. Op de hoek na de Prinsessengracht zag ik An staan en even later op de Bezuidenhoutseweg herkende ik Roel die schuin voor mij liep. Ik zette wat aan en samen hebben we wat naast elkaar gelopen en wat gepraat, waarna hij zijn tempo weer opvoerde. De eerste kilometer was overigens in ruim 7 minuten gegaan. Ik besloot om met de wind in de rug rustig aan te gaan doen, omdat het later met de wind tegen nog zwaar genoeg zou worden. Dus nu geen hijgtempo lopen, maar gewoon door de neus ademhalen. Twee opvolgende kilometertijden gingen beide in 5:10. Ik liep lekker, maar kreeg het wel warm. Dan toch maar wat water drinken op het 5 kilometerpunt. Dat dacht blijkbaar iedereen, want het was wat dringen om aan water te komen. Mijn tussentijd was overigens 27:43 hetgeen ruim anderhalve minuut langzamer was dan vorig jaar. Gemiddelde per kilometer 5:33. Te langzaam om een eindtijd van tussen de 1uur 52 en 1 uur 55 te lopen, dus nu lekker met wind tegen op de Landscheidingsweg het tempo opvoeren. Overigens nog wel tijd om hier en daar een gesprekje met een deelnemer te hebben. Toeschouwers heb je hier niet langs de weg dus maak je het voor jezelf wat aangenamer door wat te kletsen. Een vrouw zei tegen mij: “Ik loop altijd het lekkerst tussen de 5 en de 10 kilometer”. Wel ik ook! Dat bleek ook wel uit mijn tussentijden die ik trouw elke kilometer klokte: 5:11, 5:11, 5:08, 5:09 en 5:06. Hetgeen resulteerde in een 5 kilometer tijd van 25:43. Dat was dus 2 minuten sneller dan de eerste 5 kilometer. (10 km. in 53:26)
Op het 9 kilometerpunt stonden Jeannette en Irene, zoals zij hadden afgesproken, mij aan te moedigen. Op hun vraag of het lekker ging kon ik dat enthousiast beamen. Op 10,5 km klokte ik mijn kwart marathontijd 57:12. Dat ging dus goed. Mijn eindtijd zou tussen de 1.54 en 1.55 liggen.
De wind op de boulevard van Scheveningen viel reuze mee. Je kon wel voelen dat er wind stond, maar eigenlijk had ik mij krachten voor niets gespaard. Je loopt nou eenmaal niet vooraan, zoals een van deelnemers slim opmerkte. Kilometertijden van 5:27, 5:21 en 5:35 gaven dat ook aan. Mijn tussentijd op 15 kilometer was 1.21:12 uur. Nog steeds goed op schema. De derde 5 kilometer was dus 26:46 gegaan. Prima en nog lang niet moe, maar wel honger en dorst gekregen. Bij het verzorgingspunt na 15 kilometer dus maar even wat van mijn eigen gemaakte energiedrank gedronken, een paar happen van mijn krentenbol en een beker water gedronken. Genoeg energie weer om even tegen de heuvel te versnellen. Je moet toch nog enigszins een keertje lekker hijgen nietwaar? De ravitaillering had mij overigens een 45 seconden gekost hetgeen ik op mijn tussentijd na 16 kilometer zag. Het vals plat omhoog tussen 17 en 18 kilometer is altijd het zwaarste van de CPC deze kilometer ging in 5:41, terwijl de kilometer daarvoor nog in 5:24 was gegaan. Dat was te gek. Tijd om weer wat aan te zetten en om nog wat afleiding te zoeken door de toeschouwers te bedanken voor hun aanmoedigingen. Handje klappen vinden de kinderen altijd leuk. Mijn benen voelde overigens zwaar aan. Geen spierpijn, maar gewoon wat looiig. Die driekwartier staan braken mij nu toch wel op. “Volgende keer maar een klapstoeltje meenemen”, mijmerde ik. De volgende kilometer ging in 5:27 en op 20 kilometer klokte ik 5:06! “Hč, hoe kan dat nou, ik loop een constant tempo. Dat 20 km. bord staat vast niet op de goede plek.”, concludeerde ik. Mijn stopwatch gaf aan 1.48:45. Met nog 1,1 km. te gaan ben ik dus mooi om 1:55 binnen. (De vierde 5 kilometertijd was dus: 27:33) Op het Lange Voorhout in de laatste honderd meter ben ik iets rustiger gaan lopen om Marga tussen de toeschouwers te kunnen ontwaren. Zij zou tussen 100 en 50 meter voor de finish aan de rechterkant staan. En ja hoor. Ze stond met een vlaggetje te zwaaien. Op de finish klokte ik 1.55:17. Dat was vreemd. De laatste 1.1 kilometer in 6:32! Of te wel, de laatste kilometer in ongeveer 6 minuten, terwijl ik mijn tempo in de laatste kilometer nog iets had opgeschroefd.
Afijn enigszins teleurgesteld dat ik net niet de 1 uur 55 had gehaald, terwijl alle tussentijden daarop wel wezen, was ik blij en tevreden dat het erop zat. Ik had lekker gelopen en genoten van deze loop.

Johan Bommelé