| 31e Fortis City-Pier-City loop 19 maart 2005 Als een berg heb ik opgezien tegen deze dag. Mijn eerste officiële 10 kilometer. Niet omdat ik bang was dat ik het niet zou kunnen halen. Dat zou onzin zijn. Verleden week heb ik immers al een rondje benzinepomp gedaan. Weliswaar deed ik daar een uur en 19 minuten over, maar gehaald heb ik het wel. Het was meer de reactie van anderen waar ik echt tegenop zag. Door mijn eerdere ervaring tijdens de sponsorloop wist ik al dat andere lopers echt heel top omgaan met lopers met overgewicht. Maar hoe zou dat zijn met toeschouwers? Ik had al gehoord dat je hele leuke reacties krijgt van toeschouwers, maar ik weet ook hoe mensen ook kunnen reageren. Zelfs als ze niets zeggen is hun blik vaak genoeg om me met een heel akelig gevoel te laten zitten. Hoe zou ik hier mee om kunnen gaan? Al die rijen met mensen. Brrrrrr. En wat nou als ik die tijdslimiet niet haal? Daar zat ik verleden week maar 1 minuutje onder. Na eerst naar de loop van de kinderen gekeken te hebben stelde ik me met lood in mijn schoenen op voor de 10 kilometer. Het weer was perfect om te lopen. Niet te warm, niet te koud en bijna geen wind (gelukkig). Onvoorstelbaar de hoeveelheid mensen die meededen. Voor mij was dat heel erg lekker want ik had het gevoel volledig in de massa op te gaan. Geen hond die op me lette. Nadat iedereen hersteld was van de hartverzakking na het kanonschot (letterlijk) dat de wedstrijd startte konden we beginnen. Door de drukte duurde het nog wel een minuut of 6 voor ik uiteindelijk over de start ging. De eerste 5 kilometer gingen redelijk al vond ik het wel verschrikkelijk zwaar. Veel zwaarder dan verleden week. Niet dat ik lucht tekort kwam, maar meer mijn hele fysiek. Bovendien had ik het gevoel dat de weg constant omhoog ging. Ook bleef ik maar door mensen ingehaald worden wat me ook niet echt stimuleerde. Voordat ik begon had ik me voorgenomen na 5 kilometer een paar minuten te rusten, maar omdat ik al helemaal achteraan liep durfde ik dat niet aan. Ik moest er niet aan denken de hele tijd die ‘bezemwagen’ achter me te hebben. Na het 6 kilometerpunt betaalde ik daar de tol al voor want ik was echt helemaal kapot. Ik heb toen een kilometer gelopen met afwisselend hardlopen en wandelen. Bij het 7 kilometerpunt had ik het echt helemaal gehad. Dit was gekkenwerk. Als ik vanaf dit punt naar huis zou lopen zou ik daar sneller zijn dan naar de finish. Wandelend kwam ik tot de conclusie dat ik er maar beter uit kon stappen. Dit ging echt nergens over. Achter me naderde de ambulance die (in mijn beleving) als bezemwagen fungeerde heel langzaam. Ervoor liep een groepje met 3 mannen. Een van hen had net als ik aanzienlijk overgewicht en had het echt heel zwaar. De andere 2 liepen duidelijk mee als support. Hun tempo lag laag en door het wandelen was ik weer een piepklein beetje bijgekomen. Ik besloot een stukje met ze op te lopen om te kijken of ik dat nog op zou kunnen brengen. En dat lukte. Met zijn vieren hebben we een kilometer gelopen en daarna kon ik het opbrengen om iets voor hen uit te gaan lopen. Die laatste 2 kilometers zijn echt heel moeilijk geweest. Mensen langs de kant reageerden als 2 uitersten. De ene helft moedigde je echt heel lief aan. Zo van: 'kom op, je bent al zover gekomen. Je geeft het nu niet op hoor.' De andere helft zweeg en oordeelde. Om eerlijk te zijn drong het allebei maar nauwelijks door. Het enige wat ik zeker wist was dat ik het met zoveel mensen langs de kant never nooit meer op zou geven. De laatste 500 meter keek ik om en zag ik het groepje van 3 met de ambulance achter zich naderen. Langs de kant van de weg stonden bekenden waaronder mijn zus die zwaaiden en aanmoedigden. Even was ik afgeleid en toen ik weer richting de finish keek zag ik in mijn ooghoeken een wit t-shirt achter me naderen. Dit moesten die 3 zijn wist ik en met alles wat ik had perste ik er nog een eindspurt uit. Ik wilde perse niet als laatste eindigen. Toen ik over de finish rende zag ik pas dat het Eef, mijn man, was die het laatste stukje met me meegelopen was als steun. De 3 anderen liepen nog een stuk achter me. We waren alle 4 nog onder de 1 uur en 20 minuten gebleven. Na het bestuderen van de officiele eindlijst is het nog even slikken geweest. Ik stond er als laatste op. Toch nog. Mijn gedachten zijn nog even gegaan naar die man die zo verschrikkelijk goed gelopen had achter me en die niet op de lijst voorkwam. Volgens mij heeft hij de afstand wel zonder te stoppen gelopen. Groot respect. Ik hoop maar dat hij geen chip droeg en dat hij daarom niet op de lijst stond en dat dat niet komt omdat hij boven de 1 uur en 20 minuten binnen gekomen is. Ondanks dat ik het niet in een keer heb kunnen lopen krijgt mijn medaille thuis een mooie plek. De Royal Ten moet gewoon in een keer. Sylvia de Groot | ||||